Een tandje meer of minder

Posted on

Als je op de trein zit en plots een bedrukte echtgenoot aan de telefoon krijgt, waaraan denk je dan:

Hij is met de auto ergens tegengereden (sorry allerliefste, dat ik daaraan als eerste dacht)

Maar neen, hij was op weg met de fiets van de creche naar huis. Goed nieuws dus, ware het niet dat hij in de bakfiets een jongen vervoerde met een dikke lip en gezwollen kaak.

Buiten het weten van de creche-mensen om (ik weiger ze ‘onthaalmoeders’te noemen) moet Linus gevallen zijn. Wat het creche-oog niet zag, had het alziend papa-oog direct gezien… een dikke lip van hier tot ginder maar erger nog; een schijnbaar loszittende voortand en bloedend tandvlees.

Het tweede lid van het ouderpanel werd erbij gehaald en het enigste wat ik kon denken was: niet weer. U moet namelijk weten dat wij hier het laatste jaar onze zuurverdiende centjes hebben gespendeerd aan een nieuwe voortand voor manlief – ter vervanging van een zwartgeworden exemplaar dat beschadigd werd toen hij op jonge leeftijd onzacht kennis maakte met een lavabo. En een melktand beschadigen lijkt misschien niet zo erg, maar als de definitieve tand beschadigd raakt, dan ben je nog niet uit de kosten.

Enfin, de tandarts hier in het dorp was zo vriendelijk om ons te laten langskomen. Na controle, werden we naar huis gestuurd met een briefje voor de verzekering (schade valt niet te bepalen voor de komende zes jaar), een voorschrift voor vloeibaar eten en een verbod op de ‘tut’.

Volgens de tandarts werd het trouwens toch tijd om de tut af te schaffen en nu leek haar het ideale moment. Ik had zin om haar uit te nodigen om te babysitten de komende nachten πŸ™‚

Enfin, de tutten werd naar de kast verbannen – in stilte. Wij staken het manneke in bed. Denkende dat hij niet zou opmerken dat er – ehum – bepaalde onderdelen ontbraken in bed. Maar dat was buiten het manneke gerekend. Hij begon op klagende toon ‘tutje’ te zeggen. Wij wreven nog eens extra over zijn bolleke en trokken de deur achter ons dicht. Het klagen werd roepen. En wenen.

Na vijf minuten werd het stil. Wij keken eens voldaan naar elkaar en complimenteerden ons met ons ouderlijk inzicht (en ook met het geluk gemakkelijke kinders te hebben).

Tot ik een uur later eens ging piepen. Meneer had gewoon nog ergens een tut opgediept en had die in zijn mond gepropt.

Welke zere tand?


#Wijvenweek: Guilty pleasures

Posted on

Guilty pleasures…

Het zou zo de titel kunnen zijn voor een boek uit de serie Anita Blake van schrijfster Laurell K. Hamilton – laat het ons vampierenromannetjes voor volwassenen noemen..Β  Oh wacht… het Γ­s gewoonweg de titel van een boek van Laurell K. Hamilton.

Voila, de aftrap is gegeven. Dit zijn mijn guilty pleasures en kleine kantjes:

  • Ik lees graag en veel. Maar dat is dan niet persΓ© hoogstaande literatuur. Nee, ik ben een fan van fantasy en horror. En als er dan eens wat seks aan te pas komt, dan vind ik dat helemaal niet erg πŸ™‚ Maar hoogstaand kan je dat niet noemen nee. Maar wel entertainend.
  • Ik snoep heel graag. Vooral als ik stress heb. Ik zorg dan ook dat ik nooit snoep in huis heb. Want als er is, dan eet ik het op. En nee, dan deel ik met niemand. Ook niet met de kinderen. Ha nee, want snoep is slecht voor je.
  • Ik kan mij soms enorm opjagen aan andere mensen in het verkeer. Ik doe altijd mijn best om daarbij geen racistische benamingen te gebruiken maar aangezien ik vaak in Brussel fiets, erger ik mij soms wel aan een allochtoon die ik iets gevaarlijks zie doen. Maar ik probeer mij in te houden en dus noem ik vrouwen met een hoofddoek die plots voor mijn wielen lopen, enkel binnensmonds pinguins.
  • Verder lijk ik vaak in mijn eigen wereld te vertoeven en dan heb ik soms geen oog in hoe ik met andere mensen moet omgaan. Eigenlijk – als ik heel eerlijk ben – wil ik soms zo weinig mogelijk contact met andere mensen. Ik ben altijd bang dat ik iets onnozels ga doen of zo. Wat meer zelfvertrouwen zou soms wel wenselijk zijn.

En zo kan ik wel doorgaan. Maar sommige dingen blijven beter onuitgesproken. Kwestie van te doen alsof πŸ˜‰


#Wijvenweek: De winter is mijn seizoen

Posted on

Voor u denkt dat ik opfleur zodra de temperaturen onder het vriespunt duiken… ik heb het persoonlijk meer voor de lente of de zomer. Maar toch…

De winter is zoveel gemakkelijker. Geen kat die ziet dat het al vier weken (wat zeg ik: een eeuwigheid) geleden is dat je het haar van je oksels en benen hebt verwijderd (ik zie de drommen vrouwelijke lezers al gillend wegvluchten). Geen mens die erom maalt dat je met een gemakkelijke broek de deur uitkomt (rokjes zijn soms nogal friskes bij -10).
Haren kammen ‘s morgens? Overrated. Een warme muts erop en niemand die ziet dat je al in geen half jaar een kapper van dichtbij hebt gezien. Of dat de borstel weer eens zoek is.

Ik denk dat u het plaatje wel snapt. Ik doe niet mee aan voor en na foto’s. Dat zou echt verspilling van schijfruimte zijn.

Is het nonchalence? Waarschijnlijk wel. Want ik sta er al te weinig bij stil hoe ik eruit zie. Hence, deze morgen, had ik de dochter al bij de schoolpoort afgezet toen mij te binnen viel dat ik vergeten was mijn haren te kammen. En dat ik ook geen muts droeg, wegens te mooi weer. Tsja.

Is het luiheid? Goh, ik kan mij niet voorstellen dat ik vroeger zou opstaan om mij op te maken. Maar voor de rest, ik zou er wel graag wat beter uitzien. Maar er zijn altijd andere dingen die voorgaan. De kinderen netjes aankleden. Zorgen dat ze deftig ontbijten. En dan is er meestal geen tijd meer over om mij nog speciaal op te kleden of zo. En daarbij, ik ga toch altijd met de fiets, en dan is een broek supergemakkelijk.

De enigste dag in mijn leven dat ik make-up droeg was op mijn trouwdag. En ja, ik voelde mij mooi. Soms zou ik willen dat ik het nog eens kon proberen. Maar ik vind altijd wel een excuus: ik weet niet hoe ik eraan moet beginnen en ik heb gevoelige ogen, dus ben ik bang om daar al te veel aan te smeren.

Als ik echt heel mechant zou doen, dan steek ik het gewoon op mijn moeder. Ah ja, want die deed daar ook niet aan mee, aan heel dat gedoe. En vrouwen met veel make-up of al te veel opgekleed, die noemden wij vroeger altijd chi-chi madammekes of preutjes. Je ziet, ik heb het verleden niet mee.

Dus ja… ik ben een wijf. Een naturelleke zoals ze dat zeggen. Compleet met het niet-ideale-model, de wildgroei en de ongekamde haren. Misschien verander ik dat ooit. Maar op dit moment heb ik precies andere prioriteiten.


Keppe

Posted on

Kijkt ne keer hoe graag ze elkaar zien*? Onze twee blondekopkes
‘s Morgens kijkt Linus altijd direct naar Fiona’s bed en vraagt: ona?
En als we aan haar school passeren nadat we haar afzetten, zwaait hij nog ne keer naar ona. (zelf is hij innu trouwens πŸ™‚ )

* En ziet eens hoe goed hun kleertjes bij elkaar passen? 4funkyflavours is echt de max


Linus: Kind en Gezin – 2 jaar

Posted on

Na een lange dag vol gejaag en geren vonden we vanavond nog tijd om bij Kind en Gezin langs te gaan voor Linus zijn check-up op twee jaar.

Wat was hij veel gegroeid, vond de verpleegster. Toen bleek dat het een jaar geleden was dat ze ons gezien had, dan leek mij dat logisch πŸ™‚

Met zijn bijna 13 kilo en zijn 88,5 cm zat hij netjes in het midden van de curve. Een succes dus, aangezien hij voordien er nog onder zat, wegens al die problemen met niet-bijkomen in het begin.

En ja hoor: blokjestorens kan hij bouwen (gecheckt in het ziekenhuis), zinnetjes van twee woorden lukken ook al goed en hij doet alles na. Kan ook niet anders met zo’n grote zus.

En oh-wonder: mijn gebroedsel was flink bij Kind en Gezin. Na wat rampzalige bezoekjes bij de dokter de laatste tijd, hield ik mijn hart vast. Maar nee…. ons kindjes waren heel mak. Ok Fiona ging alleen op verkenning uit en bleef niet bij ons in de kamer, maar soms denk ik dan: wat trekt dat kind goed haar plan.

Linus luisterde flink en babbelde op commando, dus wat meer kan een mens willen?

Een bed zou leuk zijn vanaf nu. En kinders die eens langer dan zeven uur slapen.


Zeg…

Posted on

Er zijn nadelen aan het slechts-door-een-gyproc-muurke-gescheiden-te-zijn-van-uw-kroost-snachts.

Je kunt ze horen snurken bijvoorbeeld. Komt niet meer voor sedert het amandelloze bestaan van Linus.

Als Fiona te veel wrikkelt in haar bed, schopt ze tegen de muur, zo vlak langs mijn oor. Hoor ik gelukkig niet als ik slaap.

Voordelen zijn er ook natuurlijk:

Ik hoef niet zo ver te lopen als er een wakker is. Nadeel is dat het gezeur je wel wakker houdt als je net besloten hebt dat er eigenlijk niks aan de hand is en dat ze weer moeten slapen.

Je ontdekt heelder nieuwe manieren om wakker te worden des morgens. Na het licht uit de gang, de echtgenoot in de keuken hebben we nu ook: de kinders zijn wakker. En niet wakker in de zin van: er zet er een zijn keel open wegens honger/natte pamper. Maar wel: er ontspint zich een boeiende conversatie op een halve meter van uw slaperig oor.

Zo van:
“Linusje… je moet wel nog slapen he… het konijntje is nog niet wakker”
“Ja”
“Linusje is je pinguin daar? En het paardje ook”
“Ja…. minguin… paatje”
“Linusje je bent een babbelkous” (says who?)

Allemaal heel vertederend. De eerste echt conversaties tussen broer en zus. Ik had wel liever nog een kwartier geslapen maar enfin… er zijn ergere manieren om wakker te worden πŸ™‚




Dramaqueen en pestprins

Posted on

Op zijn niet-meer-zo-korte beentjes komt hij aangehold. Plots heeft het fietsje zijn belangstelling verloren.

Mamaaaaa, roept hij en neemt mijn benen in een innige omhelzing. Ik pak hem op. Mama, zucht hij, en geeft me een knuffel.

Mamaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa. Wailing. Het Engels lijkt hier opeens toepasselijk. Ze botst tegen me aan. Mamaaaaaaaa. Een hartverscheurende roep om meer aandacht.

De kleine pestprins verbreekt de omhelzing en kijkt geringschattend op haar neer. “MIJN mama” klinkt er misprijzend.

Waarop een nieuwe WAAAAAAAAAAAAAAAAAAH volgt. Dramaqueen rules.

Oh ze kunnen niet zonder elkaar, de twee leden van ons prinsenpaar. Zij voelt zich in haar element als ze hem kan commanderen. Hij volgt haar – als hij zin heeft. Hij rijdt haar achterna met de fiets, tot zij hem tevergeefs wil duidelijk maken dat er daar een rood stoplicht staat en hij dus moet wachten.
Hij pakt de speeltjes van onder de zetel waarop zij ze annexeert, zonder genade. Evenzeer kunnen ze samen verder bouwen aan hun kasteel.
Zij kleurt een mooie tekening, die hij afmaakt met een paar welgemikte krabbels.

De competitie is zwaar. Zij verklikt hem als hij met zijn yoghurt avantgardische tekeningen op de tafel maakt. Hij grijpt haar favoriete knuffel en gaat er al giechelend vandoor. Zij houdt het welverdiende snoepje uitdagend voor zijn neus en stopt het dan genietend in haar mond.

Oh dat zal nog vuurwerk geven tussen die twee.

PS Nu alleen nog hopen dat het dramaqueengehalte wat minder wordt. Of hebben alle meisjes van bijna vier daar last van? Het is nogal frustrerend namelijk, vooral omdat wij allebei nogal no-nonsense zijn.