Vrijdag startten we met de potjestraining van ons oudste spook.

Eerder beginnen, daar had ik geen zin in (wegens te veel bezig met jongste) en ook omdat ik de indruk had dat Fiona er nog niet klaar voor was. Maar nu kwam ze om een verse pamper/luier vragen wanneer ze pipi had gedaan, dus dacht ik: laten we het maar eens proberen, het is zomer. In de creche gingen ze akkoord: er waren er nog die gingen starten en groepsdruk doet het altijd goed.

Conclusies na 6 dagen:

  1. Fiona heeft geen zittend gat. Wie trucs kent om haar op het potje te doen blijven zitten, laat maar komen! (beloningen, boekjes lezen… al geprobeerd)
  2. Het besef is er, de timing nog niet. Als ze zegt dat ze moet pipi doen, dan is het al vijf na twaalf.
  3. Pipi = kaka in Fiona’s brein. You never know what you are going to get. Al lukte kaka op het potje al beter dan pipi, in huize V. ‘t Is te zeggen: de pipi komt zomaar ergens terecht, de kaka tenminste net voor het potje.
  4. Creche ≠ thuis: woensdag was Fiona heel de dag flink op het potje geweest in de creche en had ze bij thuiskomst nog dezelfde kleren en hetzelfde broekje aan (!!) maar plaste ze thuis wel drie keer op de vloer.
  5. Potjestraining = stress, voor ouders en kinderen. Gisteren een dochter in tranen omdat ze haar favoriete onderbroekje ondergeplast had.
  6. ‘s Morgens niet te vroeg een onderbroek aandoen, is het devies. Een dochter die in volle ochtendspits alles onderplast, zorgt voor veel vertraging.

Ik hoop voor haar dat ze er snel mee weg is. Dan is ze van haar luiers verlost (en van de uitslag) en is ze helemaal klaar om naar school te gaan.