Efteling – wat hebben we geleerd?

Posted on
  • met kindjes op hotel heeft een nadeel: wat doe je als zij slapen en het nog geen bedtijd is voor mama en papa?
  • gewekt worden om 6u30 ‘s morgens als er plots iemand naast je bed staat is even schrikken
  • Fiona en Linus samen laten slapen moet lukken: Fiona gaf geen krimp tijdens Linus zijn brulconcert vrijdagavond
  • Linus heeft een keikop – moest ik van niet beter weten, hij was in Poperinge geboren. Of is dat soms erfelijk? Als hij niet wil slapen, blijft hij wakker. Punt. En nee, hij is dan niet lastig.
  • Zoveel kletsen dat Fiona doet, zo silent is ons Linuske. Maar af en toe doet hij zijn zus na en klinkt het tweestemmig: mama….
  • Een hotel met een speelkamer is de max: ongestoord ontbijten – zalig


Efteling

Posted on

Het vorig weekend spendeerden wij bij de noorderburen. Tijd voor een kort verslagje.

Hier logeerden wij:

Hotel De Kroon
Ideaal als uitvalsbasis voor de Efteling. Op vijf minuten wandelen van het park. Nette kamers. Gangen in het paars geschilderd en de helft van het restaurant is ingericht als speelkamer. Wat wil je nog meer als je met kindjes op reis bent?
Wij zwijgen even over de gezelligheid van pintjes in de badkamer – vroeger sliep Fiona in de badkamer op hotel als wij nog geen zin hadden om te gaan slapen. Maar twee kindjes stop je niet meer in een badkamer  van 2*2 😉 En dus bouwden wij een bescheiden feestje in de badkamer met bier van de Albert Heijn 🙂
De eerste nacht begon machtig. Om 9u30 – na een goed uur slapen – besloot Linus dat het het ideaal moment was om 39 graden koorts te doen en te brullen van de pijn. En om het bed nat te plassen toen ik zijn temperatuur wilde meten…. Om dan met zijn hoofdje op mijn schouder in slaap te vallen en heel de nacht door te snurken.

Het park:

Wij waren Ik was er nog niet geweest – ook niet als kind. Maar een park opgebouwd rond sprookjesfiguren leek mij de ideale dagtrip met een kind met Sneeuwwitje-fixatie. (hei-ho is haar wake-up call).
In een woord: de Efteling is de max! Alles is tot in de puntjes afgewerkt: de lampjes, de attracties, de uniformen… alles straalt een bepaalde sfeer uit waardoor je je in een sprookjeswereld waant. De bankautomaten zijn vermomd als schatkist, het zelfbedieningsrestaurant (nu niet de meest opbeurende plaats ter wereld) baadde in een art deco sfeer.

Enfin wij hebben ons geamuseerd en de kindjes ook. In het doolhof, op de bootjes, op de Pagode, in het sprookjesbos, op de paardenmolen… Vooral het Laafjeslaar had succes. De derde poging om op de Slak-monorail te raken (een half uur wachten met twee krutjes is geen must) had uiteindelijk succes.

Om acht uur ‘s avonds strompelden wij naar het hotel. Fiona nam met moeite afscheid van de Efteling en was in de overtuiging dat ze de dag erna gewoon terug kon keren. Linus was heel de dag dapper wakker gebleven, maar bijna bij het hotel verloren zijn oogjes de strijd tegen de zwaartekracht.

De foto’s:

papa en zoon – op weg naar de Efteling

waar is dat Sprookjesbos?

Linus in volle bewondering voor de… bankautomaat

toch nog wat langere beentjes krijgen

zicht vanop de vijver en vanuit het bootje

wat zie je vanuit de Pagode?

Fiona en Linus op weg naar het Sprookjesbos

bij het kasteel van Doornroosje

in het Paddestoelenbos

Langnek in winterstemming

Papier hier!

Hansje en Grietje

op een rode paddestoel vol met witte stippen

de Sprookjesboom – echt megachique gemaakt!

Linus heeft honger!

paatje paatje paatje (*100)!

Fiona’s favoriet!

hare vleesgeworden rozigheid

ze sprongen een gat in de lucht!

toen we zeiden dat we nog wel eens gingen komen!


Moeten er nog amandelen zijn?

Posted on

Voor de aandachtige lezer alhier, onze zoon is dus gezegend met een flink uit de kluiten gewassen stel amandelen – door de kinderarts steevast tonsillen genaamd.

Nu hebben die dingen wel een functie (afweer en zo) en hangen ze daar goed, maar toch zijn er ook enkele serieuze nadelen aan verbonden: zo snurkt zoonlief als een bouwvakker met een serieus overgewicht en een halve bak tripel achter de kiezen (bouwvakkers, voel u niet beledigd, het kan evengoed om een Belgacomwerknemer gaan bij wijze van spreken)

Enfin om kort te zijn: de kinderarts achtte het toch raadzaam om eens het consult van een NKO-arts in te roepen en dan nog liefst in het UZ van Gent omdat daar de NKO-artsen alle moeilijke gevallen krijgen. Zijnde: ook kinders die eigenlijk nog te jong zijn om al van hun teerbeminde amandelen te scheiden.

Dus trokken wij gisteren gezellig met zijn drietjes in onze bolide naar het Gentse doolhof, ook wel UZ genaamd. Zegt mijn man nog: Ze zeggen altijd, als je in het UZ binnenkomt, weet je nooit wanneer je eruit geraakt (en hoe). Voorwaar profetische woorden!

We vonden een parkeerplaatsje al ergens in een hoekske en togen naar de kassa’s alwaar een flinke rij stond. Alle formaliteiten eenmaal achter de rug vonden we vlotjes de weg naar de polikliniek (gelukkig liggen die twee gebouwen vlak naast elkaar). Daar moesten we ons nog eens inschrijven en niet voor het eerst dankte ik de voorzienigheid die ons deed besluiten om toch maar twee ouders af te vaardigen naar het doktersconsult. Twintig minuten aanschuiven aan de inschrijvingsbalie met een peuter van anderhalf op je arm, voorwaar geen pretje. Pech voor mij – want Linusje is in zijn mamaperiode en verkoos dus vooral mijn gezelschap.

De dokter zelf was redelijk op tijd – ik heb al erger geweten in een ziekenhuis. Ik zweer het u: had hij klokslag kwart voor twee voor ons neus gestaan, ik had waarschijnlijk iets gekregen. De zoon werd meegetroond maar besloot eenmaal daar dat hij eigenlijk geen zin had om te luisteren naar het geneuzel van de volwassenen. Vaderlief mocht hem wel nog wat entertainen aan de lavabo.

Maar oh wee, eenmaal de zoon op de behandelingstafel werd gelegd. Een inderhaast opgeroepen verpleegster (die meteen slechte punten scoorde toen ze Linus aansprak met schattig meiske) en de twee ouders konden ons kleinste met moeite in bedwang houden terwijl de dokter zijn oren inspecteerde. Twee continue ontstoken oren en ook nog een prop viezigheid waren het resultaat (had u al gegeten?) De dokter was meteen niet meer zeker van zijn leven. Zoonlief tracteerde hem op een blik die lichtelijk ontvlambaar was. De dokter was gelukkig redelijk brandbestendig, maar nu zijn we tenminste zeker dat de zoon mijn talent voor ‘vuil kijken’  en mijn echtgenoots koppigheid heeft geërfd.

Het verdict was: een slaaponderzoek (wegens kans op slaapapneu) en naar allerhoogste waarschijnlijkheid het daaropvolgend wegnemen van de amandelen. Maar daar zijn we nog lang niet want eerst moet er nog een andere dokter geconsulteerd worden.

En dus mag ik eind deze maand al terug opdagen in het UZ. Een ander deel dus. Heb ik voor niks al die broodkruimels laten vallen.

Oh ja – en die profetische woorden van manlief? Toen we terug bij de auto waren bleek de achterband van de auto zo plat als iets. En dus mochten we (ik stond erbij en keek ernaar) eerst de reserveband van de auto zoeken.

Het UZ – je weet niet wanneer je eruit raakt.