Alhoewel we gezworen hadden dat we er een kalm weekend van gingen maken, was het tegendeel een feit.
Vrijdag viel alles goed mee. Het was een dag waarop wij samen thuis waren met Fiona. ‘s Morgens moest er opgeruimd en gepoetst worden, en dat zorgde voor enige stress, aangezien ik mij niet bijster goed voelde. Nochtans had Linus ons al twee nachten gezegend met slechts een korte drinkpauze om drie uur ‘s nachts, waar ik direct voor teken!
Rond de middag werd Fiona haar gebruikelijke enthousiasme mij iets te machtig en ik zond haar naar buiten met de papa om brood te halen en eventjes stoom af te laten op de speeltuin. Dat vond ze boeiend natuurlijk! Fiona is een grote glijbaan-fan…


In de namiddag kreeg ik bezoek van mijn baas. Leuk om nog eens wat nieuwtjes te horen over het werk.
‘s Avonds hadden we een afspraak met onze architect in ons nieuw huis om onze bouwaanvraag voor ons “kot” te tekenen (dachten we). Die was echter redelijk laat en toen bleek er nog vanalles veranderd te moeten worden aan het plan. Ik was ondertussen redelijk uit mijn hum wegens enorme spierpijn. Manlief ging met de architect buiten het plan overlopen en ik zat binnen met onze twee kadees. Eentje met een huiluurtje en eentje met een ‘ik-moet-dringend-naar-bed-humeur’.
Quote van de dag: Ik heb Linus vast. Fiona wil naar buiten kijken naar papa. Het raam is echter te hoog van de grond en Fiona is te klein. Ze wil dat ik haar ophef. Ik zeg: dat gaat niet, ik heb je broer vast. Waarop zij ad rem zegt: “Oona kijken. Mama pakken. Linus grond”. Hmmm. Fiona, baby’s leg je niet op de grond…
Het is nog goed gekomen hoor. Ik zette een stoel bij het raam en zij moest er maar opkruipen.
Bon, vrijdag werd het dus een laterke.

Helaas besloot Linus om die nacht twee keer wakker te worden met als resultaat dat ik mij zaterdag zo ziek als een hond voelde. Fiona haar buikgriep had mij dus toch te pakken gekregen.
Ons geplande uitstapje naar de Makro (om een omheining voor onze schapen te kopen) viel zo in het water. Voor mij en Linus althans. Ik heb uiteindelijk manlief en Fiona op pad gestuurd. Tesamen ja. Ik achterblijven met de twee pagadders zag ik niet zitten. Gelukkig heeft Fiona zich voorbeeldig gedragen, zelfs toen het uitstapje wat uitliep en er nog eens naar Waregem moest gereden worden. Ze vond het de max dat haar autostoel vooraan naast papa mocht staan. (ze wil zo graag groot zijn bij momenten, ik scoor altijd goede punten als ik zeg dat ze een “grote meisjesbody” mag aandoen).
Terwijl papa en dochter geld verdeden, lag mama in bed. Zoonlief was zo aardig om ook veel te slapen. Hij had echter ook een beetje van de buikgriep geerfd – met helaas wat vieze kakapampers tot gevolg.
Zondagmorgen stond er een bezoekje aan Waregem op het programma (om origineel te blijven). Er was een opendeurdag in het schooltje bij de creche waar onze kindjes vanaf september naartoe trekken.
Alhoewel het een gemeenschapsschool is (en ik meer in favour ben van ‘vrije’ scholen) wilden we toch eens gaan zien, omdat we overwegen om Fiona daar naar school te zenden terwijl Linus er nog op de creche zit. Kwestie van onze verplaatsingen wat te beperken.
Het viel best mee. De gebouwen waren wel oud en de inrichting/het speelgoed hadden betere tijden gekend. Maar de leerkrachten vielen goed mee (wat voor mij het belangrijkst is). Alle klasjes hadden een centraal thema (Hopla, Jules…) en dat zei Fiona weinig, aangezien er hier niet naar TV wordt gekeken. Ze vond het wel tof dat er fietsjes waren, en buggy’s, en poppen… De paashaas was wel wat beangstigend, maar de glijbaan was de max
Fiona wilde alleen op de glijbaan kruipen, die (volgens mij) bedoeld was voor iets oudere kindjes. In ieder geval, er zat veel vaart achter. De eerste keer belandde ze pardoes op haar poep in het zand. De tweede keer stond papa er om haar op te vangen. Fiona had echter zoveel vaart dat ze -knots- met haar hoofd tegen Linus (zijn elleboog?), die bij papa in de draagdoek zat, belandde. Resultaat: een blauwe plek. Linus gaf geen krimp. Volgens mij nam hij wraak voor die keer dat Fiona probeerde met zijn rammelaar op zijn hoofd te timmeren.
Linus zal zich niet laten doen door zijn zus. Hij traint sinds kort iedere dag in zijn superman-outfit:

De rest van de zondag werd er in de weide bij ons nieuw huis gewerkt. Onze schaapjes Billy en Bob moesten een nieuwe weide krijgen, met meer gras en zonder bomen om op te vreten.
Fiona mocht helpen en toen ze moe was, ging ze braafjes slapen op haar nieuwe kamer. Ondertussen trokken moeke -aka mijn schoonmoeder-, ik en Linus naar het Boekenfestijn. Oh joy, op een zondagmiddag. Het was mij drukker dan gewenst, maar toch hebben we er toffe dingen gevonden. Twee uur aan een stuk, met een buggy door de massa. Linus lag te ronken, tot hij plots wakker werd en realiseerde dat het nu toch wel tijd was om te eten. Dan moesten we nog boeken selecteren en naar de kassa.
Heel Kortrijk Expo zal het geweten hebben dat hij honger had. Want als Linus honger heeft en het duurt te lang… dan wordt meneer nijdig (dat hij gelijk heeft natuurlijk)… gekrijs, purper… noem maar op. Ik maak mij er al niet zo druk meer over, maar alle andere mensen keken naar mij alsof ik mijn kind hoogstpersoonlijk aan het martelen was
Na zondag komt helaas maandag. Een maandag, waarop manlief zich plots realiseerde dat hij veel werk had. En om vier uur een doktersafspraak had. Ik vond dat het tijd werd dat ik ook weer iets ging bijdragen aan het ochtendritueel en dus bood ik aan om Fiona naar de creche te brengen.
Maar… een dochter die pas om 21u30 in haar bed zat (nieuwe tijd), die laat je best uitslapen. En een dochter die de dag ervoor in de aarde heeft gespeeld en yoghurt in haar haar smeerde, die moet nog douchen ‘s morgens… En ontbijten. Need I say more? Misschien nog even vermelden dat zoonlief de grenzen van zijn pamper had overschreden en dan ook nog eens honger kreeg net voor we moesten vertrekken? En dat ik in mijn vinger sneed, toen ik Fiona haar paasei wou dissecteren…
Enfin, ik was om 11u in de creche… gelukkig dat ik had verwittigd dat het ‘iets’ later ging zijn…
De titel…
Toen ik eindelijk buitenkwam in de creche, kwam ik de mama van een ander kindje uit Fiona haar groep tegen. We raakten aan de praat over wonen en werken in Gent. Over onze dochters. Over onze verhuis. Over het feit dat zij net als ons afkomstig is uit de westhoek.
Ze vroeg hoe Fiona reageerde op Linus (die ondertussen in coma lag – dus ik had tijd om te kletsen). Mits begeleiding, zo vertelde ik haar – valt dat heel goed mee
Ik zei haar wel dat ik blij ging zijn als we verhuisd waren, omdat Fiona daar veel meer plaats heeft om te spelen, en dat heeft ze nodig, ons energiebommetje.

Ha ja, zo zei ze: tis nen echten hellebrander, die Fiona. Zo hebben wij er ook eentje lopen. Moehaha, leve het westvlaamse dialect! Die mevrouw is godbetert afkomstig van een plaatske 15 km verder en ik had dat woord nog nooit gehoord. Ik veronderstel dat het hetzelfde is als nen ‘rushkabush’, zoals ze dat bij ons konden zeggen.